klinische trial

IMPACT: op weg naar een gepersonaliseerde antikankerbehandeling met behulp van moleculaire beeldvorming. Drie lopende studies voor mamma-, colorectaal en niercelcarcinoom

NTVO - 2015, nummer 3, may 2015

dr. A.H. Brouwers , dr. A.W.J.M. Glaudemans , prof. dr. C.M.L. van Herpen , dr. C.P. Schröder , dr. C.W. Menke-van der Houven van Oordt , drs. E. Boon , prof. dr. E.G.E. de Vries , drs. E.J. van Helden , drs. F. Bensch , prof. dr. H.M.W. Verheul , dr. O.S. Hoekstra , drs. S.C. van Es , prof. dr. W.J.G. Oyen , prof. dr. W.T.A. van der Graaf

Samenvatting

De huidige methoden om patiënten met gemetastaseerd mammacarcinoom, colorectaal carcinoom en heldercellig niercelcarcinoom te selecteren voor targeted therapie zijn niet optimaal. Een mogelijke oorzaak is inter- en intratumorale heterogeniteit, waarmee in de praktijk vaak nog weinig rekening wordt gehouden. In de drie IMPACT-studies wordt het klinische nut van vier nieuwe tracers voor positronemissietomografie (PET) onderzocht. Deze radiofarmaca hebben als target de oestrogeenreceptor (ER), de humane epidermale groeifactorreceptor 2 (HER2), de epidermale groeifactorreceptor (EGFR) en koolzuuranhydrase IX (CAIX). Daarnaast worden in deze studies vroege veranderingen in fluor-18-fluorodeoxyglucose (18F-FDG)-opname geëvalueerd en worden analyses in bloed en tumor gecorreleerd met behandelrespons en PET-scanuitslagen. Met behulp van moleculaire beeldvorming is het mogelijk een moleculair tumorprofiel van alle tumorlaesies te evalueren en heterogeniteit aan te tonen. Het doel van de IMPACT-studies is het optimaliseren van de patiëntselectie voor targeted therapie door middel van PET, om zo de palliatieve behandeling voor gemetastaseerd mammacarcinoom, colorectaal carcinoom en heldercellig niercelcarcinoom te verbeteren.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2015;12:114–20)

Lees verder

OncoActief: een gerandomiseerd onderzoek naar de effectiviteit van een computer-getailorde interventie ter bevordering van fysieke activiteit bij (voormalige) prostaat- en darmkankerpatiënten

NTVO - 2015, nummer 2, march 2015

dr. C. Bolman , dr. D.A. Peels , E. Volders , prof. dr. H. de Vries , prof. dr. L. Lechner , R.H.J. Golsteijn

Samenvatting

Steeds meer onderzoek laat zien dat bewegen een positieve invloed heeft op de negatieve effecten van kanker en de bijbehorende behandeling. Er is daarom behoefte aan effectieve, laagdrempelige, voor een grote groep toegankelijke beweegprogramma’s die niet alleen sporten, maar ook bewegen in het dagelijks leven stimuleren. OncoActief is een online en schriftelijk advies-op-maat beweegprogramma voor prostaaten darmkankerpatiënten, gebaseerd op gedragsveranderingsstrategieën en gericht op de bewustmaking van het eigen beweeggedrag en het motiveren om meer te gaan en te blijven bewegen. In dit artikel wordt de achtergrond en opzet van een gerandomiseerde studie naar de effectiviteit van de OncoActief-interventie beschreven.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2015;12:85–9)

Lees verder

Nauwkeurigheid van het aantonen van tumorrest na neoadjuvante chemoradiotherapie bij het oesofaguscarcinoom: de preSANO-trial

NTVO - 2015, nummer 2, march 2015

drs. B.J. Noordman , dr. B.P.L. Wijnhoven , prof. dr. E.W. Steyerberg , dr. G.A.P. Nieuwenhuijzen , prof. dr. H.W.M. van Laarhoven , drs. J. Shapiro , prof. dr. J.J.B. van Lanschot , prof. dr. K.K. Krishnadath , dr. M.C.W. Spaander , dr. M.I. van Berge Henegouwen , dr. M.N. Sosef , prof. dr. R. van Hillegersberg

Samenvatting

Inleiding: Sinds de publicatie van de CROSS-trial bestaat de in opzet curatieve behandeling voor patiënten met een oesofaguscarcinoom uit neoadjuvante chemoradiotherapie (nCRT) gevolgd door een slokdarmresectie. Nadere analyse van de resultaten van de CROSS-trial toonde aan dat er bij 29% van de patiënten die nCRT hadden ondergaan, sprake was van een pathologisch complete respons in het resectiepreparaat. Deze bevindingen hebben ertoe geleid dat de timing en de indicatie om (alle) patiënten na nCRT te opereren ter discussie staat. Voordat een beleid van ‘active surveillance’ bij patiënten zonder aantoonbare tumorrest in een klinisch onderzoek kan worden bestudeerd, moet eerst worden aangetoond dat aan- of afwezigheid van tumorrest met grote betrouwbaarheid kan worden vastgesteld.

Methoden: De preSANO-trial is een multicentrum, prospectief haalbaarheidsonderzoek, gericht op patiënten met een in opzet curatief te behandelen slokdarmcarcinoom. Zes weken na het einde van de nCRT wordt de klinische respons beoordeeld door middel van endoscopie met biopsieën en endosonografie (eerste ‘clinical response evaluation’; CRE-I). Patiënten met vitale tumorcellen in de biopten ondergaan direct aansluitend een slokdarmresectie. Patiënten zonder vitale tumorcellen in de biopten komen in aanmerking voor een uitgestelde resectie, 12–14 weken na het einde van de nCRT. Eén week voorafgaand aan de uitgestelde operatie volgt een tweede diagnostisch traject (CRE-II) ter beoordeling van de respons, bestaande uit een PET-CT-scan, gevolgd door endoscopie met biopsieën, endosonografie en fijnenaaldaspiratie van PET-positieve laesies en/of verdachte lymfeklieren. Alle patiënten ondergaan vervolgens een resectie, tenzij alsnog afstandsmetastasering wordt vastgesteld. De primaire uitkomstmaat van dit onderzoek is de correlatie tussen de klinische respons bij CRE-I en CRE-II, en de pathologische respons in het resectiepreparaat.

Discussie: Als uit de huidige preSANO-trial blijkt dat de aan- of afwezigheid van tumorrest nauwkeurig kan worden vastgesteld, zal in een multicentrum gerandomiseerd vervolgonderzoek (SANO-trial; ‘Surgery As Needed for Oesophageal cancer trial’) worden onderzocht of patiënten met een klinisch complete respons na nCRT baat hebben bij een ‘active surveillance’-beleid.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2015;12:78–84)

Lees verder

De GALLOP-studie

NTVO - 2015, nummer 1, february 2015

prof. dr. A.K.L. Reyners , dr. P.A. Boonstra

Samenvatting

Gastro-intestinale stromaceltumoren zijn zeldzame mesenchymale tumoren van het spijsverteringsstelsel. Door een mutatie in het KIT- of PDGFRα-gen blijft de bijbehorende tyrosinekinasereceptor continu geactiveerd met ongeremde celdeling tot gevolg. De enige curatieve behandeling bestaat uit resectie. In (neo)adjuvante en palliatieve setting kan worden behandeld met verschillende tyrosinekinaseremmers (TKI’s). Vrijwel alle patiënten worden resistent voor deze TKI’s vanwege onder andere secundaire mutaties. Door middel van analyse van circulerend tumor-DNA (ctDNA) zal worden gezocht naar deze secundaire mutaties. Er wordt een landelijke biobank opgezet met GIST-patiënten. Het doel van de studie is het ontwikkelen van een model om secundaire resistentie te voorspellen op basis van analyse van ctDNA. Daarna wordt onderzocht of beleidsveranderingen aan de hand van dit model resulteren in een toegenomen progressievrije overleving.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2015;12:33–6)

Lees verder

Neoadjuvante behandeling met MAPK-remmers bij aanvankelijk irresectabele stadium III-melanomen

NTVO - 2014, nummer 8, december 2014

drs. B. van der Hiel , H. Mallo , dr. J.A. van der Hage , prof. dr. J.B.A.G. Haanen , L.M. Pronk , S. ter Meulen

Samenvatting

In deze fase 2-studie worden BRAF-gemuteerde irresectabele stadium III- of oligogemetastaseerd stadium IVmelanoompatiënten gedurende 8 weken neoadjuvant behandeld met de combinatie dabrafenib met trametinib. Het doel is om de tumor kleiner te maken, zodat volledige chirurgische resectie bij deze patiënten mogelijk wordt gemaakt. In deze monocentrumstudie zullen 25 patiënten in het Antoni van Leeuwenhoek worden behandeld. Naast het bepalen van de respons van deze patiënten zal ook uitvoerig translationeel onderzoek worden gedaan op het door middel van biopsieën verkregen weefsel.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2014;11:318–20)

Lees verder

Wel of geen preoperatieve radiochemotherapie bij resectabele en borderline-resectabele pancreascarcinomen: de landelijke gerandomiseerde PREOPANC-studie

NTVO - 2014, nummer 7, november 2014

dr. A. van der Horst , prof. dr. C.H.J. van Eijck , prof. dr. C.J.A. Punt , dr. E. Lens , drs. E. Versteijne , dr. G. van Tienhoven , prof. dr. H.W.M. van Laarhoven , drs. M. Suker , dr. S. Festen

Samenvatting

Het pancreascarcinoom heeft een slechte prognose. Slechts een klein deel van de tumoren is resectabel. Enkele studies suggereren dat preoperatieve radiochemotherapie het resectiepercentage en het percentage R0-resecties kan vergroten. De huidige landelijke multicentrum PREOPANC-studie randomiseert tussen directe exploratieve laparotomie en preoperatieve radiochemotherapie gevolgd door exploratieve laparotomie bij resectabele en borderline-resectabele pancreascarcinomen. Het primaire eindpunt is overleving naar intentie van behandeling.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2014;11:284–7)

Lees verder

De Biomarker Study Everolimus: analyse van de PI3K-Akt-mTOR-route om meer inzicht te verkrijgen in de effectiviteit van everolimus in combinatie met exemestaan bij gemetastaseerd mammacarcinoom

NTVO - 2014, nummer 6, september 2014

dr. C.R. Jimenez , D.T. Kruger , prof. dr. E. Boven , drs. K. Beelen , dr., ir. M.P.H.M. Jansen , prof. dr. S. Sleijfer , prof. dr. S.C. Linn

Samenvatting

Bij postmenopauzale patiënten met gemetastaseerd hormoonreceptorpositief, HER2-negatief mammacarcinoom, die eerder werden behandeld met anastrozol of letrozol, is vaak sprake van activering van de PI3K-AktmTOR-route op het moment van progressie. Everolimus is een eerste mTOR-remmer die in combinatie met exemestaan is geregistreerd voor de behandeling van deze patiëntencategorie. In een gerandomiseerde fase 3-studie is aangetoond dat de combinatie de progressievrije overleving significant verbeterde in vergelijking met exemestaan en placebo. Met deze behandeling is een nieuw middel beschikbaar gekomen dat de periode van chemotherapie nog kan uitstellen. Er zijn echter patiënten die geen profijt hebben van deze behandeling. Ten opzichte van exemestaan alleen gaat de combinatiebehandeling gepaard met meer bijwerkingen en hogere kosten. In de Biomarker Study Everolimus wordt met verschillende technieken in tumorweefsel en bloed onderzocht of er biomarkers in de PI3K-Akt-mTOR-route kunnen worden geïdentificeerd die voorspellen welke patiënten baat zullen hebben bij de behandeling met everolimus en exemestaan.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2014;11:250–4)

Lees verder
X